Steeds wordt duidelijker dat het Ests een totaal andere taal is dan het Nederlands. Er mogen dan wel gelijkenissen zijn, onder andere door de invloeden van het Duits (vorst is worst, kaart is kaart, kirik is kerk), toch gooien Esten het vaak (sageli) over een heel andere boeg (vöör) en doen ze dat nog poëtisch (luuleline) ook. Voor "op" of "boven" gebruiken ze het woord peal, wat zoveel betekent als "op het hoofd van". Voor "arm" en "hand" kennen ze maar één woord (käsi), en voor "been" en "voet" ook (jalg). Het werkwoord "hebben" kennen ze niet: ze gebruiken een vorm als mul on of sul on - "er is aan mij" of "er is aan jou".
Maar wat me nog het meest verbaasde, is dat zij geen vier, maar acht windrichtingen hebben. Wij kennen enkel noord, oost, zuid, west en dan woorden als zuidzuidoost en noordwesten, maar voor een Est hebben ook het noordwesten en het zuidoosten recht op een eigen naam. Põhi, kirre, ida, kagu, lõuna, edel, lääs, loe betekent dus noorden, noordoosten, oosten, zuidoosten, zuiden, zuidwesten, westen, noordwesten.
Er valt nog veel te leren.
03 oktober 2006
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten