Het is herfst en ik heb niks te doen, dus rijden Mijn Moeder en ik maar eens naar de Maaskant en zit ik voor het eerst in mijn leven kilometerslang naar bomen te staren. Voor u zich afvraagt of ik autistisch ben: het was de eerste keer en ja, ik ben nog steeds werkzoekende (en schrijnend lui). Ik had nochtans de Focus Knack bij en daarin stond een artikel over een tentoonstelling over Franquin, de onvolprezen tekenaar van Guust Flater (geniaal) en het legendarische boekje Zwartkijken (mogelijk nog genialer). Toch bemerkte ik voor het eerst bomen waarvan de top van de kruin al helemaal rood is, terwijl de onderste bladeren nog fris groen uitstralen. Mooi hé?
We rijden door Dilsen-Stokkem en aan het huis van Jos van Thei van Lène van nog iemand die ik vergeten ben, stopt moeder om Jos van Thei van Lène van u weet wel wie, die net buiten staat, te vragen achter recepten van zijn vader, die bakker was even verderop in de straat. Boh, recepten, dat heeft hij niet, die schreef hij nooit op. Maar in het hoofd zit het nog allemaal duidelijk en weer enkele knepen en truken rijker rijden we verder.
Als we even later stoppen aan de Lidl (rijmt op Fried'l), vraagt Mijn Moeder of ik mee binnen ga. Nee, ik blijf wel in de auto zitten - met de Focus Knack en Het verdriet van België ben ik wel een tijdje zo zoet als de marsepeinreep van de Hema die we hebben gekocht in... de Hema, juist. Had ik dat al gezegd?
Dan springt er plots een 'madam' met sterke zigeunerallures in mijn blikveld. Ze heeft zich van de bushalte 50 meter verder verwijderd en komt nu tergend langzaam met haar blik (haar ogen, geen collectebus) op oneindig aangesleft, zodat ik wel twijfel of ze op weg is naar onze glorieuze Ford Transit of naar het einde van de wereld.
Ze komt voor mij, zo blijkt, want ze loopt op haar dooie gemak rond de auto, staat met een respectabel ennui de vivre even stil voor het portier en klopt dan eens loom op het raam. Ik kijk en zij gebaart, maar ik versta er geen hol van. Ik doe de deur open en in vloeiend Nederlands met een vleugje Roemeens vraagt ze: "Hebt ge geen telefoon voor bellen voor vader voor hier voor komen voor halen?"
Nee, dat heb ik niet. Sorry.
En terwijl ze zo mogelijk nog langzamer terug naar haar moeder aan de bushalte sloft, graai ik naar de eerste de beste enveloppe en dito pen op het dashboard om deze onnavolgbaar poëtische conversatie op te schrijven. Zoiets mag niet verloren gaan voor het nageslacht, vindt u niet?
26 oktober 2006
Abonneren op:
Posts (Atom)