15 december 2006

Tsjekken en Blauwvoeten

Nog exact een maand en dan zit ik voor het eerst in mijn leven op een vlieger. Tweemaal zelfs, want in de documenten die AFS me deze week toezond, staat dat ik om 14u40 vertrek in Zaventem en om 16u15 land in Praag. Daarna maak ik vanuit 'Tsjekkië', zoals ons vader het zo mooi weet te zeggen, van 19u30 tot 22u40 nog een vlucht, naar Tallinn.
Ook ben ik mooi ingeënt tegen tetanus, polio, difterie, hepatitis A, hepatitis B en buiktyfus. Voor dat laatste moet ik wel nog twee spuiten krijgen.

Ik hoop overigens dat de veelbesproken documentaire van de RTBf geen werkelijkheid wordt als ik in Võru zit. Stel je voor dat ik terug aankom op Zaventem in augustus en dat ik enkel het land weer in mag als ik de Romeinse, excuseer, Germaanse groet heb gebracht. Het zou wat zijn. Dan was het wel een voordeel dat mijn Deutschkenntnisse wellicht stevig aangescherpt zullen worden, aangezien mijn collega-vrijwilliger in Võru een Duitse is.

Ik denk in ieder geval dat ik zelfs in Võru minder last ga hebben van de winter (extreem koud) dan in België (extreemrechts).

Lendab Sinijalg-suula? Merel torm!
(Vliegt de Blauwvoet? Storm op zee!)

11 december 2006

En zo is het er nu

Papagoi

Deze middag had ik geen goesting meer om te gaan. Als je bedenkt dat het in Võru op dit moment 4° Celsius is, dat het er in de winter tot -30° wordt (met pakken sneeuw), dat Esten geen sociale mensen schijnen te zijn en dat mijn voeten in Houthalen al haast van mijn benen afvriezen in bed, wat ga ik er dan doen, buiten in de sneeuw liggen kleumen?
Dat dacht ik dus. Maar intussen is mijn goesting weer terug. Want ik zal er niet veel tijd hebben om in de sneeuw te liggen kleumen, aangezien mijn werkdag er begint om 7 uur 's morgens en eindigt rond 17-18 uur 's avonds. Dus ben ik met een blij gemoed Nederlandstalige kinderliedjes beginnen vertalen. Ze zullen wel nog eens moeten nagekeken worden als ik eens fatsoenlijk Eesti kan praten, want wie weet hoeveel fouten erin te vinden zijn.

Papagoi, kus sina oled?
Ii-ja, dii-ja
Mina olen siin, madam
Ii-ja, dii-ja
Mina söösin minu toit
Aga ma ei joosin minu jook
Ii-ja dii-ja bumm!


En er lopen beren (karud), wasberen (pesukarud), everzwijnen (metssigad) en elanden (hirvid) rond in Estland. In de lente en zomer toch. Dus waarom zou ik niet gaan?