05 september 2006

Miek roelt

Miek is er niet meer bij. Na vele jaren trouwe dienst, zelfs nog langer dan sinds Mijn Oudste Zuster, is ze met pensioen gegaan. 'Miek' is niet enkel in bepaalde Limburgse regionen de verleden tijd van 'maken', het is ook een lerares Nederlands van het SPC (Schijnheilige-Prutserscollege, officieel: Sint-Pauluscollege), het instituut waar ik de laatste vier jaar heb gezeten.

Toen ik in het begin van het vijfde jaar te horen kreeg dat Miek mijn nieuwe lerares Nederlands zou worden, maakte dat geen grote indruk gezien de politiek-instructief ingrijpende veranderingen op school die meer aandacht eisten. Mijn Oudste Zus annex (naar eigen zeggen) Meter Zevenenzestig zei dat ik me kon verheugen met lessen van Miek in het vooruitzicht. Dat deed ik, met enige reserve.

Ik kan achteraf zeggen dat Miek soms gênant veel van het Nederlands hield. Zelfs voor iemand als ik leek het wat te onplatonisch. Aan de grens van de taal - die plaats waar anderen niet malen om een d of t meer of minder - begon Miek pas op te leven. Ze wist zichzelf bijna in extase te brengen door te vertellen over Beatrijs of Reinaert de Vos, terwijl de klas de analyses (lees: lyrische monologen) over eeuwenoude teksten aangreep om een toets voor een van de volgende uren te leren, stiekem briefjes te schrijven (W. naar K., K. terug naar W.) of simpelweg te slapen. Maar dat Miek een saaie leerkracht was, mag niet gezegd worden. De allure wekkend persoonlijk het woord 'enthousiasme' uitgevonden te hebben, stak ze ons qua levendigheid met haar (meer dan 50) jaren de loef af. Met verve.


Er werd wel eens gelachen met/over Miek. Ook door ondergetekende. Maar was het nu jaloezie omdat zij nóg veel meer van Nederlands hield? Of lag het eerder aan die fluistervink achter haar oorschelp, die fatsoenlijke communicatie met de klas verhinderde en waarvan niemand het bestaan mocht afweten, maar iedereen het wel afwist? In ieder geval had men wel respect voor haar - wat van andere leerkrachten niet altijd onomwonden beweerd kan worden.

Miek stuurde ons naar het theater. Ik ging naar L'Hafa (De kloof) van Union Suspecte en het
werd de enige theatervoorstelling uit de derde graad die me beviel.

Miek deed ons lezen. Ik las voor het eerst Fahrenheit 451, The catcher in the rye (maar dan in het Nederlands) en De verborgen geschiedenis. Het tweede boek viel absoluut niet mee door de Hollandse vertaling, maar de twee andere staan nog steeds in mijn toptien van Beste Boeken Die Ik Ooit Heb Gelezen.


Miek deed ons spreken. Met wisselend succes: de Strebers Zoals Verwacht deden het goed (en daar reken ik mezelf bij), Die Griezelige Zwijgzame Jongen veel minder. Maar ze deed ons tenminste spreken.

Miek leerde ons het Nederlands kennen, van de kiem tot de navel. We 'vertaalden' oud-Nederlandse teksten - een van de fijnste opdrachten totnogtoe op school, we lazen heelder passages uit verscheidene Nederlandstalige hoogtepunten zoals hierboven al vernoemd en we leerden moeilijke woorden ontleden en begrijpen (van amanuensis tot numismatiek).

Miek zit nu waarschijnlijk thuis te bladeren in een woordenboek. Liefst etymologisch, niet te saignant, met knapperige bladzijden. Zoals ik ze ook het liefst heb. Of is ze naar haar Reporter Uit Het Midden-Oosten aan het luisteren?

Ik heb twee weken geleden Fahrenheit 451 gekocht bij De Slegte. Voor in Estland. Goeie boeken laat je niet liggen.

Geen opmerkingen: